Feb
08

Solodariteit

Deze week loop ik weer met een collectebus, Amnesty International. Een jaarlijks terugkerend fenomeen, meestal in de bittere februari kou. Waarom doe ik dat eigenlijk? Komt het voort uit solidariteit, uit altruïsme? Wellicht. Wellicht denk ik dat de wereld er beter van wordt.
Het is alweer een tijdje geleden dat ik een stuk software (freeware) schreef en dat om niet anderen liet gebruiken (die daar zelfs geld mee verdienden). Waarom deed ik dat eigenlijk? Kwam het voort uit medeleven met hen die iets niet konden wat ik wel kon? Wilde ik anderen (financieel) beter maken? Wellicht dacht ik aan het algemeen belang, de vooruitgang, of iets dergelijks.
Gisteren beantwoordde ik nog een vraag van een voor mij onbekend iemand op “StackOverflow”, een portal waar je terecht kunt als je technische vragen hebt op het terrein van programmeren. Waarom deed ik dat? Had ik medelijden met de stakker die niet verder kwam? Wilde ik toekomstige stakkers behoeden van het maken van de zelfde soort fout?
Helaas, helemaal fout! Wie Phillip Blond, een Brits filosoof, mag geloven, en ik neig daar wel een beetje naar om enig geloof aan te hechten aan zijn zienswijze, moet tot de conclusie komen dat het allemaal eigenbelang is.

Alles is eigenbelang.

Bah, wat akelig om te weten. Het meest loffelijke blijkt het uitruilen van voordeel te zijn. Mensen zetten zich pas in voor een ander indien ze het gevoel hebben dat ze op een of andere manier iets terugkrijgen voor hun inspanning. Solidariteit is een typefout, het moet solodariteit zijn. Niks saamhorig: Solo, alleen, op zichzelf gericht. Hoe raar is dat eigenlijk? Goed beschouwd is het wellicht heel normaal en heel verstandig dat wij allen streven naar eigen voordeel. Deden we dat niet, dan was de mensheid allang uitgestorven. Echt fijnzinnig klinkt het echter niet: Loop ik langs de deuren met een collectebus te kleumen opdat anderen denken dat ik een goed mens ben en daarom wel wat “verdien”? Had ik dat stukje freeware geschreven met de gedachte voordeel te kunnen behalen van andermans freeware? Beantwoordde ik een StackOverflow vraag omdat ik punten krijg door het beantwoorden van een vraag, of omdat het klamme zweet mij uitbrak bij de gedachte dat ik ooit geconfronteerd zou worden met een voor mij onoplosbaar probleem? “Alles is eigenbelang”, de drie woorden echoën in mijn brein zonder te verstommen. Hoe misselijkmakend het ook klinkt, hoe onromantisch het ook lijkt, hoe liefdeloos, hoe bodemloos, hoe loos ook, ik kan me er iets bij voorstellen, maar…, ik wil me er niets bij voorstellen – ik neig ernaar het niet te geloven, ik neig ernaar het “sprookje” in stand te houden.

Jan
21

Nihilisme

Daar zitten we dan in 2013, het eind van de aarde overleefd, maar met wat voor een doel eigenlijk? Nietzsche had god afgeschaft en het nihilisme “uitgevonden”. Of daar een volgordelijkverband was weet ik niet, maar heb wel zo een vermoeden. Wat moet je met het leven? Wat is het doel, wil ik het wel? “Wat moet ik er mee?” Die laatste vraag hoorde ik onlangs van een ouder iemand en het deed me prompt denken aan een situatie begin jaren ’70. Als Unix-expert was ik bij een bedrijf dat een computer van “ons” (Nixdorf) gekocht had met Unix. Het was de tijd dat het aantal m3 de prijs van het systeem bepaalde. Ze hadden een probleem. Een medewerker toonde mij de computerruimte en wees op het systeem. “Wat moet ik ermee?” was verrassend zijn eerste opmerking terwijl hij vervolgens keek naar een klein systeempje, een PC. “Daar kan ik wel wat mee – goedkoper en functioneler.” Toegegeven een kaal Unix systeem was niet bepaald “klaar voor business”. Het had voor een bedrijf nog nihil waarde. De PC veroverde de wereld, Unix was allang vergeten, totdat Apple groot werd met de iPhone de iPad, totdat de smartphone kwam van onder andere HTC en Samsung, met Android als OS. Linux was de basis – een clone, een nakomeling van Unix. Unix was geëvalueerd tot de basis van een product dat tegenwoordig “met kop en schouders” boven de PC uitsteekt. De hele mensheid heeft tegenwoordig een geëvalueerde Unix op zak – van nihil tot alomtegenwoordig.

“Wat moet ik er mee?” Nou, vraag dat maar eens aan de smartphone-gebruikers! Keer gerust de vraag om: “wat moet ik nog zonder?” De voortbouwende ontwikkeling die in de ICT gebruikelijk is, komen we ook in andere sectoren tegen. We bouwen een maatschappij voort, mede op basis van eerder opgedane kennis en ervaring. Onze kennis neemt exponentieel toe en daarmee onze voortgang. Het is lastig te voorspellen waartoe dat leidt, maar verrassend zal het zijn, en omdat we het rampjaar afgesloten hebben, zal het verrassend positief zijn. Wie had 4 jaar geleden gedacht dat er met een smartphone (camera) bepaalde hartfunctionaliteit in kaart gebracht kan worden. Wie zou er nu denken dat we de “winterslaap-gen” van de mens aan kunnen zetten? Wie verwacht er een bemande ruimtereis richting Alpha Centauri? Wie verwacht dat we Higgs velden in ons voordeel kunnen manipuleren, de maan bewoonbaar kunnen maken, een selectieve “braindump” kunnen exporteren/importeren? Wie verwacht wat? Als het leven zinloos is, maak het dan zinvol! Voor Nietzsche was er geen god en geen einddoel, maar wie wat verwacht en werkt om de verwachting waar te maken geeft een einddoel en heeft het nihilisme uitgebannen. Voor 2013 en de jaren erop is vooruitgang is het einddoel. Het wordt een mooi 2013, wij gaan er voor!

Dec
30

Terugkijken, vooruitkijken

Het is alweer eind december. De jaaroverzichten vliegen je om de oren op radio en televisie. Het is een tijd om terug te kijken, maar ook een tijd om vooruit te kijken.

In de eerste blog van dit jaar had ik het over goede voornemens. Bij goede voornemens hoort ook dat je terug moet kijken. Heb je jezelf het hele jaar kunnen houden aan dat wat je je voorgenomen had. Voor mijzelf geldt hierop een volmondig ja! Het is allemaal wat meer in balans. Ik ben meer gaan sporten, gezonder gaan eten, de nodige kilo’s kwijt. Dus wat dat betreft geldt voor komend jaar: ‘keep up the good work’.

Ik had het ook over het werk in 2012. Ook hierin geldt dat ik voor mezelf gelijk had. Het hele jaar door opdrachten gehad. Mijn specialisme heeft ervoor gezorgd dat er genoeg werk was. En ook daarin denk ik dat er voor komend jaar weinig verandert. De mensen die ‘iets generieks’ in de IT branche doen zullen het nog zwaarder krijgen. De specialisten houden het werk. Dus ook op dat vlak maak ik mij geen zorgen.

Dan is het dus tijd geworden om je zegeningen te tellen. Blij zijn met wat je hebt. Maar daar loert gelijk het gevaar. Het gevaar dat je in gaat dutten. Dat je denkt dat je er wel bent. Het specialisme waar je nu goed in bent zul je wel moeten onderhouden. Stilstand is achteruitgang. Hoe cliché ook, het is wel waar. Daarom leg ik voor komend jaar de focus op het verdiepen. Het verdiepen van datgene waar ik toch al goed in ben. Zodat het ook voor eventuele opdrachtgevers interessant blijft mij aan boord te halen. Het geloof in eigen kunnen blijft voorop staan!

Iedereen een fantastisch 2013 gewenst!

Dec
18

Armageddon

Het jaar 2012 is bijna ten einde, op zich niets bijzonders. Wat wel bijzonder is, is het feit dat velen denken dat hiermee ook het aardse bestaan ten einde komt. De Maya’s houden grote groepen in hun greep. In Kootwijkerbroek, christelijker dan Christelijk, heeft zowaar iemand een ark laten bouwen. Hoe de man de Bijbel en de Maya-kalender samen ziet vloeien tot een nieuwe zondvloed is mij een raadsel, maar goed van mij mag hij. Zelf zit ik nog redelijk ontspannen dit blogje te typen. Rampen, Einde der tijden? Tja, het zou zomaar kunnen, we hebben al bewezen dat alleen al ons planetenstelsel instabiel is. Van de zon weten we dat die vervelende fratsen kan uithalen en dat zij eindig is, en van planetoïden weten we dat ze onze bol (ondanks de bescherming van de maan) eens in de zoveel tijden treffen. Bekend is ook dat het Andromedastelsel ons met een snelheidje van 100km/sec nadert. Daarnaast hebben we natuurlijk virussen, niet zozeer een bedreiging voor de aarde, maar wel voor de mensheid. Laten we religiefanatisme nog even buiten beschouwing dan hebben we toch al een behoorlijk lijstje onheil. Wat te doen? Doorleven is mijn advies en met dat doorleven de “aarde” verbeteren.
Moeten we ons dan nergens zorgen om maken? Goed, een stevige zonnevlam wellicht dan. Uit zijn onze satellieten, gestopt zijn onze computers, verloren is veel informatie, onbereikbaar is ons geld, maar bovenal onleesbaar is deze blog! Of zo’n vlam er ooit komt? Reken maar! Ook dat remt ons niet. GPRS4 is aanstaande, net zo als de iPhone 5s en de Galaxy IV. Mobiel internet wordt het helemaal, het heeft het leven al behoorlijk veranderd, het zal het leven blijvend veranderen. Voor alles is straks een App. Wellicht nuttig een Armageddon prediction App te ontwikkelen, hoeven niet nodeloos velen in spanning te zitten.

Dec
08

Malen

Afgezien van het nogal vervelende feit dat de echt uitdagende problemen met een systeem meestal aan het eind van de vrijdagmiddag ontstaan is het troubleshooten ervan wat mij betreft één van de leukere aspecten.

Het in kaart brengen en interpreteren van de symptomen en deze analyseren en combineren tot een mogelijke oorzaak en daarmee een werkhypothese tot een oplossing te komen. Natuurlijk pas nadat alle recent aangebrachte of ontstane veranderingen aan het systeem in kaart zijn gebracht. Want, met name menselijke, veranderingen zijn nogal eens de oorzaak van problemen, mogelijk in op het oog totaal ongerelateerde andere delen van een systeem.

Enerzijds, als het lukt en je vindt een oplossing die niet meteen al te zeer voor de hand liggend was en die bijvoorbeeld ook de mogelijkheid tot het nogmaals optreden de kop indrukt, is troubleshooting soms dus “very rewarding”. Zoals dat ook geldt voor sommige “fijne stukjes code”. Wat er precies de kick is aan een succesvolle troubleshoot is een interessant onderwerp voor een andere keer.

Hier wil ik eigenlijk iets verder inzoomen op wat er gebeurt als het niet of niet meteen lukt. Voor sommige problemen is het nou eenmaal niet direct helder wat de oorzaak, laat staan de oplossing, is. En het gekke is dat het vaak ook niet lukt door aan het eind van die late vrijdagmiddag gewoon maar door te gaan met staren naar het probleem om die oplossing te vinden.

Zo’n probleem vergt een frisse blik hoor je dan vaak zeggen. Maar wat is nou die frisse blik? Ontstaat die na een goede nachtrust? Het is vaak wel zo dat de volgende ochtend het ineens wel mee blijkt te vallen en een oplossing zich wel vlotjes aandient. Volgens mij is het meer dan alleen rust wat het vinden van een oplossing vergemakkelijkt. Ook al is, in ieder geval bij mij, die rust vaak relatief, omdat een onopgelost probleem blijft doormalen. Soms zelfs in die mate dat ik midden in de nacht nogal eens wakker, of toch op z’n minst bijna wakker, word en over het probleem begin na te denken (malen). Het gekke is dat dat wel eens tot oplossingen leidt die achteraf, de volgende ochtend als ik echt wakker wordt, helemaal nergens niet mogelijk zijn.

Misschien is het ook het afstand nemen van of het tijdelijk laten rusten van het probleem. Of zijn dat eigenlijk allemaal verschillende bewoordingen/benaderingen van hetzelfde? Want ik heb het gevoel dat de nachtelijke verwerking van het menselijk brein, zeg maar de background of batch processing, gewoon doorgaat en, al dan niet samen met de genoten “rust” (en/of afstand), helpt bij het de volgende morgen uiteindelijk gemakkelijker vinden van een oplossing. Of in ieder geval een tot dan toe over het hoofd geziene oplossings- of onderzoeksrichting in de analyse van het probleem.

Ik heb me verder nooit verdiept in brein/neuro-wetenschap en ook niet in formele “problem solving” methodieken. Misschien ligt het ook wel aan het vakgebied. Maar in dit geval durf ik inmiddels op mijn eigen ervaringen te vertrouwen. Soms helpt het inderdaad om een probleem even te laten voor wat het is en het later weer op te pakken. Vaak dus met verrassende resultaten.

Dec
01

Een fijn stukje code

Gistermiddag heb ik  een stukje code geschreven waar ik ouderwets veel voldoening van had. Toen ik me dat realiseerde ging ik me afvragen waarom nou juist dat stukje code zoveel voldoening gaf. De laatste paar jaren heb ik ook regelmatig rollen bekleed waar ik weliswaar met code te maken had, maar zelf nauwelijks code produceerde. Maar, dat, dat wil zeggen “droog staan”, was in dit geval niet de oorzaak, want ik zit juist al weer een paar maanden in een actief code producerende rol. En de code die ik in die maanden tot nu toe geproduceerd had gaf me minder voldoening…

Er moet dus iets anders zijn. Nog eens nadenkend over deze code had het wel een boel aspecten die voldoening zouden kunnen geven. In willekeurige volgorde. Het betrof een refactoring van een stuk code van iemand anders. De bestaande code had last van een behoorlijk aantal vervelende en minder vervelende zogenaamde “code smells”. Bijvoorbeeld flink wat duplicatie, magic constants, inefficientie, etc.

Het maken van de nieuwe code was deels een kwestie van code die heel vloeiend tot stand kwam. Dat wil zeggen grotendeels in één flow, zonder onderbreking en zonder “o crap”-momenten die vaak betekenen dat een bedachte aanpak moet worden heroverwogen. Dit leverde al met al in betrekkelijk weinig tijd, zonder snijverlies de nieuwe code. Die code paste bovendien wonderwel in de rest van de bestaande code. De “code smells” van de oude code waren opgelost, o.a. DRY. Verder is de nieuwe code ook nog eens dusdanig generiek van opzet dat de te verwachten verdere “afnemers” van de code-functionaliteit er zeer eenvoudig mee gerealiseerd zullen kunnen worden. En dat laatste zonder introductie van enige YAGNI.

Alhoewel in dit specifieke geval minder belangrijk dan de leesbaarheid, uitbreidbaarheid en onderhoudbaarheid van de code is de nieuwe code efficienter dan de oude. Naast deze code-kwaliteits-aspecten bevatte de nieuwe code ook een leermoment met betrekking tot een handige toepassing van een combinatie van reflectie, LINQ en C# extensions methods. Alles bij elkaar optellend denk ik dat met name dit laatste, dat wil zeggen de “inventiviteitsuitdaging”, bovenop de basis van eerdergenoemde code-kwaliteit, mij de meeste voldoening gaf.

Afgezien van een hoop geleuter over een relatief klein stukje code levert het bovenstaande voor mij persoonlijk de conclusie dat ik wat betreft het maken van code voldoening kan halen uit het aanbrengen van een inventieve en liefst leerzame verbetering die ook generiek en daarmee/door flexibel en toekomstvast is. Dat is als gezegd persoonlijk en dus voor een ieder anders. Ik denk overigens wel dat het in het algemeen wel belangrijk is om voldoening uit, al is het maar een deel van, je werk te halen. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor het produceren van code.

Nov
15

In de put of uit de put?

RutteII is van start gegaan, een valse start zoals de meeste kranten koppen. De Telegraaf heeft al zijn chocoladeletters al ruim voor de aankomst van de Goedheiligman verbruikt. Giftig zijn ze daar op de redactie. Begrijpelijk is het wel een beetje. Eerst de VVD plannen door dik en dun steunen en breed uitmeten met iets minder grote letters om dan vervolgens beteuterd te staan kijken naar de resultaten. Tja, dat is politiek. Het is onbegrijpelijk dat men dit na het meemaken van een stem-en-regeer-rondje nog niet door heeft. In een van de politieke debatten voor de verkiezingen zie Samson het nog toen hem gevraagd werd welk standpunt de PvdA beslist in de wacht wilde slepen: “Ik weet niet wat er over 4 weken speelt, laat staan over 4 jaar – een ieder die hierover een uitspraak doet zal zeer waarschijnlijk niet de waarheid spreken”. Samson was en is glad en behendig, hetgeen ook blijkt uit de morrende achterban van de VVD. Samson stond als het ware boven de politiek. De uitspraak van Samson was er een van “reageren op verandering”. Wellicht heeft hij, als techneut, ooit iets meegekregen van Agile-development, of wellicht ziet hij daar de logica van in. Toch mist RutteII de essentie van Agile: value-driven-development. En wellicht moeten we dus vaststellen dat er sprake is van een valse start. Wie het oplossen van economische problemen als hoofdtaak ziet moet in ieder geval niet van de daken schreeuwen dat “alle mensen de pijn gaan voelen”. Wat doen “al” die mensen dan? Juist. Niets. In de put. Ze worden bang om geld uit te geven en dat stimuleert de economie zeker niet.

Waarde creëren is de essentie van Agile, plannen doen niet zo ter zake. De definitie van een plan is een schrijven dat achterhaald is voordat de inkt is opgedroogd. Gooit Agile alles omver, alles waar we vroeger zo aan hechtten? Ja, in principe wel. Succes is niet iets uitvoeren volgens plan, maar iets waardevols creëren. Wat dat betreft kunnen heel wat managementmethoden overboord. Het management zelf kan overboord, want de manager moet een leider worden. Niet dicteren maar samenwerken, samen een waardevol resultaat neerzetten. Succes is bovendien iets werkends te hebben met de mogelijkheid in staat te zijn om adequaat op veranderingen te kunnen reageren. Is Agile daarmee niet altijd reactief in plaats van proactief? Nee, op hoofdlijnen is er een plan een idee. Lean, zoals dat tegenwoordig heet. Dat plan wordt op prioriteiten uitgewerkt, maar kan (lees zal) in de loop der tijd door allerlei veranderingen aangepast worden. Het plan kan revolutionair zijn, het resultaat ook. Voorzie alleen dat je niet alles kunt voorzien, voorzie verandering.

Binnen de ICT heeft Agile al tot een revolutie geleid: geen of nauwelijks management, geen of nauwelijks testers, Prince2 overboord, TMap, ISTQB waar nodig, alles uitgevoerd door empowered developers. Samenwerking is het toverwoord, “bruggen bouwen” heet dat ook wel. Een PvdA en een VVD gaan prima samen, op een voorwaarde: “waarde scheppend”, dat is de essentie – uit de put. Ik zal Samson nog eens een tweet sturen.

Nov
05

Mag het ietsje minder zijn?

Grote ophef over het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie. Ik ben er ook van geschrokken. Je haalt jezelf al doemscenario’s in het hoofd. Dat er straks honderden euros per maand minder te besteden is. Elke euro kun je maar één keer uitgeven. Dus daar waar iets extra uit getrokken moet worden voor de zorgpremie, betekent dat er ergens anders op bezuinigd moet worden. Maar dat kan bijvoorbeeld ook zijn op het bedrag wat er maandelijks naar de spaarrekening gaat.

Dat het allemaal minder gaat worden is ondertussen wel duidelijk. Maar hoe erg is dat eigenlijk. Kunnen onze kinderen echt niet met iets minder toe? Weet de jeugd nog wel de waarde van materiele zaken? Er moet altijd de nieuwste smartphone, de laatste Apple release worden aangeschaft. Nog maar één generatie terug was het al een grote luxe dat de vakantiebestemming naar het buitenland was in plaats van in eigen land. De generatie daarvoor ging veelal helemaal niet op vakantie. Vandaag de dag moet er toch wel minimaal 3 maal per jaar een al dan niet korte trip gemaakt worden. In de zomer lekker naar de zon, in de winter naar de sneeuw en tussendoor natuurlijk even er tussenuit om de sleur te doorbreken.

Nu sprak ik afgelopen weekend een familielid die in Nairobie, Kenia woont. Daar waar wij ons zorgen maken over de zorgpremie is het daar voor de meeste mensen de vraag of hun kinderen wel naar school kunnen. Er moet ongeveer € 12,50 per maand aan de school betaald worden per kind, waarbij er dan ook een lunch voor het kind geregeld wordt. Als ik dat hoor kan ik me wel eens achter de oren krabben. Is het zo erg dat het straks iets minder wordt dan dat het geweest is? Zijn mijn zorgen niet heel erg relatief? Misschien is dat een punt om eens bij stil te staan.

Nov
03

Certificering, ervaring, certificering, ervaring

In de wereld van de IT, op het gebied van “staffing”, is het voor zover ik kan overzien heel gebruikelijk om mensen te selecteren op basis van een aantal keywords in een CV in combinatie met, al dan niet officieel erkende, certificering. Naast aantoonbare, maar hoe doe je dat, ervaring worden vaak een aantal certificaten, bijvoorbeeld MCSE, Prince2, ITIL, etc. geeist.

En, als IT’er, kan ik dat eigenlijk best begrijpen. De staffer heeft te maken met een groot aantal (n) profielen van kandidaten wat moet worden afgebeeld op een, op dit moment wellicht iets minder, groot aantal (m) aanvragen. Dus wat ligt meer voor de hand dan het zoeken van geautomatiseerde ondersteuning. Vanuit de respectievelijke perspectieven van aanvragers en potentiele kandidaten zijn er natuurlijk wel een aantal belangrijke zaken op te merken.

Wat mij betreft zouden aanvragers zich best af mogen vragen of het stellen van certificeringseisen als knockout-criteria wel zo verstandig is. Je zou maar net die kandidaat missen die precies de gezochte jarenlange ervaring heeft, maar nooit de moeite (tijd?) heeft genomen om zich officieel te laten certificeren.

Voor kandidaten vind ik dat geldt dat ze bewust een keuze moeten maken welke certificering zinvol is. Naar mijn mening heeft het niet zoveel zin en is het zelfs vreemd als iemand die beschikt over een basisopleiding op bijvoorbeeld HBO niveau en verder al enkele jaren werkzaam is als bijvoorbeeld .Net software ontwikkelaar nog certificering zoekt als MCSD. Behalve mogelijk daar waar het een uitbreiding betreft, bijvoorbeeld diezelfde ontwikkelaar die veel web-applicatie-ontwikkelervaring heeft, die zich verbreedt met bijvoorbeeld MCSD Windows Store Apps. Maar, dan nog, is mijn stellige overtuiging dat iemand met de juiste basis en instelling de benodigde kennis snel genoeg moet kunnen oppikken.

Het lastige is alleen de kip-ei/catch22 situatie die daarmee ontstaat. Certificering zonder ervaring is vaak niet genoeg om door een selectie voor een opdracht/project/etc heen te komen. Het hebben van ervaring zonder certificering ook niet, met als bijkomend verschijnsel dat certificaten na reeds opgedane ervaring “raar” voelt.

Zelf heb ik daarom als software engineer/developer eigenlijk alleen certificering gezocht in niet direct vakinhoudelijke zaken, zoals bijvoorbeeld project management en enterprise architectuur. Wat mij betreft zaken die iets toevoegen aan mijn ervaring, namelijk dat ik kan meedenken en discussieren, buiten mijn directe vakgebied, in de terminologie van personen in rollen die elke organisatie heeft en waar elke software ontwikkelaar/engineer wel mee te maken heeft.

Natuurlijk is het wel zaak om altijd te blijven leren, zo mogelijk door in elke opdracht nieuwe facetten aan ervaring/kennis toe te voegen met als bijkomstigheid wellicht certificering, maar wat mij betreft nooit met certicering als doel.

Oct
22

Lean Prince2

Bijna dagelijks krijg ik CVs toegestuurd van mensen die als projectmanager aan de slag willen. Iedereen heeft wel een Prince2 certificaat, sommigen soms wel 2, de echte Practitioners. Als het tot een gesprek komt dan blijkt dat de ervaring die ze met Prince2 hebben meestal minimaal is. Als in dat gesprek gevraagd wordt wat zij het meest belangrijke aspect van de methode vinden dan blijkt het antwoord heel divers. Voor mij is dat antwoord zonneklaar: “voortdurende zakelijke rechtvaardiging”, de rest volgt op afstand, ruime afstand. Wanneer het gesprek daarna voortgezet wordt, blijkt dat juist de “voortdurende zakelijke rechtvaardiging” de reden te zijn Prince2 niet te gebruiken. Is mijn evidente standpunt dan onjuist, of is er iets anders aan de hand?
Wie een beetje kennis heeft van Prince2 ziet zich geconfronteerd met een hoop managementproducten (papierrompslomp) voordat er ook nog maar iets geproduceerd gaat worden waar de klant om had gevraagd. De rompslomp neemt iets af naarmate het project geïnitieerd is, maar er blijft een hoop managementwerk. Klanten willen waar voor hun geld en zijn geneigd de managementproducten en daarmee de managementmethode overboord te gooien. Het gaat ze om het uiteindelijke product. En hoewel de klant daar geen ongelijk in heeft, wordt hiermee toch het kind met het badwater weggegooid, want starten met productie zonder de zakelijke rechtvaardiging blijvend te kunnen beoordelen is een levensgroot risico. Wat dan wel? Het antwoord is een “lean Prince2”. De Prince2 methode voorziet zelf al in het op maat te maken voor een project, maar dat blijkt niet afdoende om de methodiek te gebruiken. Lean business cases, en agile development zijn zo 2 veel gebruikte methoden die zonder een betonnen fundament aan de slag gaan met een idee. Niks Prince2, niks uitgebreide en uitgeplozen aanpak, niks acceptatiecriteria of kwaliteitsaspecten tot achter de komma. Starten! In deze tijden waarbij ideeën snel tot wasdom moeten komen en doelen gaandeweg de rit wijzigen is lean Prince2 de oplossing. Wat blijft er over van de methode? De essentie: “voortdurende zakelijke rechtvaardiging”. Hoe dan toe te passen? Grofweg als volgt:
1. De klant heeft een idee wat er ongeveer gemaakt moet worden
2. De leverancier heeft een idee hoe dat gemaakt kan worden
3. Het “management” krijgt een continue stroom van “duurzame” werkende opleveringen in kleine porties
4. Het “management” beoordeelt of de opleveringen waardevol zijn en hoe extra waarde geschapen kan worden
5. Het “management” geeft toestemming voor de volgende (aangepaste) stap of stopt het project
6. Continu leren en verbeteren

De succesfactoren?
1. Value-driven ontwikkeling (lees voortdurende zakelijke rechtvaardiging, lees productgerichte aanpak)
2. Vergaande samenwerking klant/leverancier

Older posts «

» Newer posts